Lange tocht naar Griekenland - 2 - vliegende bezoekers bij Sardinië

Gepubliceerd op 6 juni 2020 om 23:30

Zaterdag middag 6-6-2020

 

We moeten wel weer even zeebenen krijgen - na drie maanden aan de wal zijn we het losjes omgaan met deining wat verleerd. De emmer moet af en toe voor een aantal bemanningsleden uitkomst bieden. Maar we zijn snel weer gewend en dan verdwijnt de zeeziekte ook.

 

 

De hele dag zien we Puffins vliegen. Dit zijn een soort van meeuwen die je een kleine versie van de Albatros zou mogen noemen. De veren zijn bruin, van onder wit/grijs en de vleugels zijn zeer langgerekt en puntig. Deze vogels verstaan de kunst van aerodynamisch vliegen tot in de hoogst mogelijke finesse. Ze maken geen vleugelslag, maar duiken en klimmen in het ritme van de golven. Daarbij pikken ze de opwaartse wind boven een grote golf op die ze laat klimmen, en dalen dan een seconde later weer in glijvlucht op zoek naar de volgende grote golf. Er is een exemplaar dat ons urenlang lijkt te volgen - soms vliegt de Puffin een rondje om ons schip en is dan een paar minuten weer verdwenen en komt weer terug. De gracieuze vlucht van deze elegante zeevogel is fascinerend. Maaike Grytsje geeft de vogel zelfs een koosnaam.

 

De Puffins broeden op de Iles Lavezzi, een kleine door mensen onbewoonde archipel bij zuid oost Corsica, zo lees ik in Mer Vivante, een uitgave die is gesponsord door de Franse rotary club.

 

Laurens Hendrik ziet nog twee dolfijnen, die eventjes boven komen en met een grote golf meezwemmen. 

 

Dan zien we het eiland Tavolara dat aan de noord-oost kust van Sardinië ligt. Dit eiland hadden we al een paar keer gezien vanaf Corisca - het heeft een markante  rechthoekige vorm, denk aan een reep chocolade die op zijn lange kant rechtop staat - maar dan 564 meter hoog.

 

Rond twaalf uur is het uit met de pret - de wind zakt snel in - het kaap-effect van de Straat van Bonifacio is uitgewerkt. Dus reven we de genua in een aantal stappen uit. Om 12:50 varen we vol tuig - het hele grootzeil en genua staan bij.

 

Niet veel later staat er weer een veel hardere wind - waar komt die wind plotseling vandaan? Snel reven we weer. Het lijkt erop dat de zachte wind van afgelopen half uur de luwte is van Tavolara. 

 

Maar nu weer windkracht 5 met vlagen van 6 die we houden tot half drie.

 

Dan komen we langzaam in een groot gebied van windstilte. Op een dag als vandaag bij harde westenwind over Sardinië is er een deel ten oosten van dit grote eiland waar het luw is. Zoiets als de Doldrums, maar dan ten oosten van Sardinië. Onze route gaat zo oostwaarts mogelijk, om zo lang mogelijk wind te houden - maar hoe kom je 40 mijl met zwakke wind door zonder 7 uur lang diesel te verstoken in de motor? 

 

We zijn er niet zeker van dat we in Italië kunnen bijtanken - door de corona maatregelen, en hebben dus een dieselstrategie bedacht. Dit houdt in dat de dieselmotor alleen aangaat voor veiligheid (bij reven, manoeuvres bij aanlopen van haven of ankerplaats) voor accu’s opladen (cruciaal voor onze automatische piloot en de navigatie computer), en voor noodgevallen. Dat laatste is dat we vanaf elk punt op de route de dichtstbijzijnde haven moeten kunnen aanlopen met de motor met het dan nog resterende hoeveelheid diesel. Het laatste grote traject van onze reis, de overtocht van de straat van Messina over de Ionische Zee naar Zakinthos is 235 mijl. Als we in problemen komen precies midden in die afstand moeten we dus nog 120 mijl op de motor kunnen varen, ofwel bij een gemeten verbruik van 4 liter per uur bij 5.5 knopen, hebben we vanaf dit punt nog 88 liter nodig. Met edel rekenwerk komen we er dan op uit dat onze tank midden op de Ionische zee nog 44% vol moet zijn. En dus gaan we zeilend door de doldrums met vele uren van 3 knopen gemiddelde snelheid.

 

Onze diesel strategie wordt aangevuld met een benzine strategie. We hebben een 1000 Watt draagbare aggregaat die stroom maakt van benzine. Bij kalm weer of als we voor anker liggen, kunnen we deze aggregaat aan dek zetten om 220 Volt te generen en daarmee de accu’s op te laden. Er is voor 35 uur aggregaat-tijd benzine aan boord.Onze twee maal 140 Ampere-uur accu’s kun je in theorie van 0 tot 100% opladen met 4 uur aggregaat tijd bij 1000 Watt. Als we echt krap komen te zitten met stroom moet eerst de koelkast uit en gaan we later bij dagdienst met de hand sturen om het verbruik van de automatische piloot te sparen.

 

We varen verder op 20 mijl ten oosten van Sardinië met koers 133 graden naar het vulkaan eiland Ustica. 

 

Dan is er plotseling een invasie. Het zal echts iets van D-day zijn (het is vandaag immers 6 juni).

 

Waar ze vandaan kwamen is een groot mysterie. Plotseling waren er ruim dertig vliegen aan boord (u kent ze wel de huis-tuin-en keukenvlieg die bij u thuis op de suikerpot zit). Ze prikken niet maar zijn wel irritant. We zetten de raampjes open in de hoop dat ze tot het inzicht komen dat vertrekken beter is dan blijven.

 

Maar geen resultaat - ze vliegen sneller dan we varen dus halen ze ons steeds weer in. Dus hebben we de oudste Donald Duck - degene die Laurens Hendrik al 30 keer gelezen heeft - opgeofferd om te dienen als vliegenmepper. In een aantal mep-sessies werden steeds een stuk of 8 vliegen geplet en aan een zeemansgraf geholpen. Een dag later zijn de laatsten gepakt - of waren het eendagsvliegen?

 

 

Dan krijgen we een andere onverwachte gast. Marttje ziet een klein vogeltje vliegen, formaat huismus. Het vliegt naar ons schip en strijkt neer op de reling aan bakboord. Hier begint het zijn vleugels en veren te verzorgen en te herschikken. Dan hipt het nog een keer andersom, vliegt naar een hogergelegen touw, en vliegt dan voor de mast langs weg over stuurboord. Voor een vogel is een zeil schip kennelijk een soort drijvende boom. Maar wat doet die vogel zo ver op zee? Het is geen zee vogel maar een zaden of insecten eter.

 

Nog weer wat later krijgen we een hommel aan boord die neerstrijkt op een fel-gele lifeline. Kennelijk voelt deze hommel zich thuis in een gele omgeving. We zien het een tijdje aan, laten hem even bijkomen maar zorgen dan met zachte drang dat hij weer ergens anders heen vliegt.

 

Zijn we een ark van Noach geworden? Waarschijnlijk meer een toevluchtsoord. Deze wezens zijn toch 20 mijl van Sardinië af gewaaid, een hele afstand, maar met 20 knopen wind mee vlieg je dat in een uur. Terug vliegen is een heel ander verhaal, dat kost vele uren.

Hier de route kaart van zaterdag middag 6 juni. De rode lijn is onze koers over de grond. Om het uur staat er een paars label met de tijd. De zwarte punten op de rode lijn hebben een tussentijd van 10 minuten. Om 13:00 waren we ten oosten van Tavolara. Rond 16:00 zakte de wind in; hier liggen de zwarte punten dicht bij elkaar en dus gingen we daar langzaam. Rond 22:00 draaide de wind van westelijk naar de zuidwest kant en moesten we afvallen om te kunnen blijven zeilen.

Hier de routekaart van zaterdag middag 13:00 tot zondag middag 14:00  - dwars over de Tyrreense zee door water van meer dan 3000 meter diep.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.