Mist

Gepubliceerd op 18 september 2019 om 21:08

Onze laatste dag in Spanje. We varen rond 0800 uit de haven van Baiona.
Het is windstil en er hangt een dichte mist. Zicht minder dan 100 meter.


We zetten de navigatie lichten aan en varen heel langzaam de haven uit.
We zijn de haven nog niet uit of daar doemt aan bakboord iets op, het lijkt een kleine veerboot.
We hebben elkaar gezien, en varen op 60 meter langzaam langs elkaar heen.


Sjouke Lute moet wacht houden op het voordek, onze uitkijk.
Laurens Hendrik navigeert met de computer. Hij kijkt of we zorgvuldig langs de uitgezette route varen.
Marttje houdt de dieptemeter in de gaten (12 meter is het hier) en Edwin stuurt.

 

Na een paar minuten noordwaarts varen kunnen we naar het westen, de baai van Baiona uit.
Gisteravond zijn Marttje en Edwin rond het kasteel gelopen, een prachtig uitzicht op de zee bij zonsondergang en golven die hoog opspatten tegen de rotsen. Vandaag zien we helemaal niets van het kasteel, alleen mist. Er is nauwelijks deining.

 

Plotseling doemt aan stuurboord een schip op. Marttje, Edwin en Sjouke Lute zien het tegelijk, ongeveer 50 meter voor ons en 30 meter vanaf onze koerslijn. Edwin stuurt direct naar bakboord om de afstand groter te maken. De stuurman van het motor plezierjacht zwaait naar ons, ook een Nederlander zien we aan de vlag op zijn achterschip. Een halve minuut later is hij weer uit het zicht.


Een paar mijl verderop varen we vlak langs de ondiepte boei, een zuid kardinaal, die we al een paar keer gepasseerd zijn. Vandaag zien we hem niet want de afstand is groter dan het zicht.


Dan zegt Laurens Hendrik dat we als nieuwe koers 180 graden mogen varen, pal naar het zuiden, op naar Portugal.

 

Het zicht wordt iets beter, we verhogen onze snelheid naar 7.5 knopen bij 2300 toeren per minuut.
Af en toe varen we langs vissersboeien. We gebruiken dit als een manier op het zicht te bepalen.
Bij een constante vaarsnelheid van 7.5 knopen houden we bij hoeveel seconden we de boei kunnen zien vanaf het moment dat we hem passeren.


Maaike Grytsje gebruikt een timer op haar telefoon en concludeert dat dit 33 seconden is. Enig rekenwerk levert dat dit overeenkomt met 127 meter zicht. Dit doen we een paar keer en zo merken we dat het zicht langzaam beter wordt.


Sjouke Lute wil afgelost worden en Marttje neemt het van hem over.  Na een kwartiertje ziet ze een schim aan bakboord en horen we de stoot van een hoorn. Direct stuurt Edwin 40 graden naar stuurboord. Waarschijnlijk een vissersschip. Wij pakken ook onze misthoorn en geven een stoot, ten teken dat we hen gezien hebben. Dan slokt de mist de schim weer op en zetten we weer koers 180 graden.

 

Af en toe zien we grote witte vogels op het water die op zwanen lijken. Als we dichterbij komen blijken het Jan van Genten te zijn. Soms vliegen ze op, soms blijven ze kalm ronddobberen terwijl we langs varen.
Maaike Grytsje lost Marttje af als uitkijk op het voordek. Ze heeft geluk, want er komen in een half uur tijd een paar groepjes dolfijnen langs. Een dolfijn zwemt en tijdje mee en Maaike Grytsje kan de dolfijn heel goed in het water zien zwemmen.
Het water oppervlak is zo glad dat je echt in het water kunt kijken.


De tijd verstrijkt, we komen in de buurt van de grens met Portugal en naast ons, 3 mijl oostelijker zit een berg van 500 meter hoog, maar we zien niets. De koffie met boterkoek smaakt goed. Op het voordek in de mist is het best frisjes, dus even opwarmen is erg fijn.


Er is nog steeds windkracht nul. Een hele zwakke deining zorgt voor wat beweging van het water, maar rimpelingen door wind zijn er niet. Net boven het water hangt lage mist, waardoor er een mysterieuze sfeer hangt. Wie de Harry Potter boeken kent, weet wat de Hersenpan van Perkamentus is (een instrument waarin je herinneringen kunt bestuderen). Hierbij heb je een zilverachtige substantie, niet helemaal vloeibaar, niet helemaal gasvormig. Zo ziet de zee er nu uit.

 

Om 11:12 zien we voor het eerst de zon vaag door de mist schijnen. Het wordt warmer en de mist wordt minder. Een minuut later zien we een paar dolfijnen.
Rond 11:25 varen passeren Punta dos Picos, de laatste heuvel van Spanje die grenst aan de rivier Rio Mino.
De kustlijn is volgens onze navigatie 2 mijl van ons af, en we zien de kust daarom niet.
Op de kaart staat de grens op zee niet ingetekend, maar we weten dat we nu voor de kust van Portugal zijn.

 

Er komt langzaam wat wind, er zijn nu de korte rimpel-golven die horen bij vlagen van windkracht 2.
Het zicht wordt af en toe wat beter (we meten ongeveer 250 meter) en dan komt er weer een mistbank en is het maar 120 meter.

 

De uren kruipen voorbij. Als Laurens Hendrik op de uitkijk staat op het voordek ziet hij een stuk of 8 dolfijnen, vlakbij. Maaike Grytsje heeft in het uur voor hem helemaal niets gezien, en is duidelijk verontwaardigd. Precies bij de wisseling van de wacht zien we een motorbootje van een meter of acht met 3 vissers aan boord.
Zijn dit de eerste Portugezen die we zien? Ze zwaaien, wij laten ze een meter of honderd aan stuurboord en varen verder.

 

Rond 13:00 passeren we het plaatsje Amorosa, dat klink liefelijk, maar we zien het niet. Wie kan ons vertellen hoe het er daar uitziet?Is het een goede plek voor Valentijnsdag?


We verleggen de koers een beetje, naar 160 graden, omdat de Portugese kust hier wat afbuigt.


Gaan we Porto halen? De berekeningen suggereren rond 17:30, maar of we zo lang puf hebben.
We gaan het proberen. Morgen (donderdag) en vrijdag zal er weinig wind zijn, goed dus om Porto te bekijken. Zaterdag is er goede wind, dan verder richting Lissabon.

 

Het is een dag die bij goed zicht prima zou zijn voor het lezen van een boek, voor huiswerk of voor luieren.
Maar vandaag is er steeds een bij het roer en een op de uitkijk, en dat is best vermoeiend voor de ogen.
Het beste is gewoon rustig blijven en bij twijfel gas terug nemen, we hebben immers minimaal 30 seconden on te reageren als we iets verdachts voor de boeg zien.
Voorlopig gaat alles goed.
 

De geluksvogel van de dag is Sjouke Lute. Tijdens zijn wacht op het voordek zit hij lekker op zijn gemak op de preekstoel als een stuk of 15 dolfijnen vanaf bakboord naar ons toezwemmen, daarbij steeds boven water springend. Op een gegeven moment zwemmen er vijf recht onder zijn voeten, net onder de boeg van de boot. Uit de stralende lach op het gezicht van Sjouke Lute begrijpen we dat dit heel erg yeet (*) is.

 

Vlak voor Porto zien we een grijze schim op minder dan 400 meter afstand. Een groot schip! Wat nu? De verrekijker vertelt ons dat het schip leeg is (want we zien een stuk van de schroef boven water). Het is een olietanker die aan een bevoorradingsboei ligt en dus geen vaart maakt. We kunnen er makkelijk langs en varen dan naar de industrie haven aan de noordwestkant van Porto.

 

De marina heeft alleen nog een plekje aan een ponton, maar dat is prima. We hebben het gehaald!

 

Edwin

(*) Voor wie van U niet weet wat yeet is, dat betekent chill (**)

(**) Voor wie van U niet weet wat chill is, dat betekent tof (***)

(***) Voor wie van U niet weet wat tof  is, dat betekent mieters (****)

(****) Voor wie van U niet weet wat mieters  is, wanneer bent U eigenlijk geboren?

 

 


 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.