Zeilen langs de dolfijnen naar Roscoff

Gepubliceerd op 9 augustus 2019 om 10:32

Vandaag is het 8 augustus en hebben we een lange tocht voor de boeg. Van Guernsey naar Roscoff in Bretagne. De wind staat zeer gunstig in het zuidoosten en is gelijkmatig 12 - 17 knopen (windkracht 4). 
We hebben halve wind en 80 mijl te gaan.
Eerst vragen we via marifoon toestemming aan havenmeester Linda van de Beaucette Marina of we de haven mogen verlaten.  We kunnen op de rotsen aflezen dat er inmiddels 2.5 meter water boven de drempel staat, zodat we daar veilig overheen kunnen varen.
De havenmeester wenst ons een behouden vaart en hoopt ons spoedig terug te zien.
Edwin antwoordt dat dat niet de bedoeling is omdat we onderweg zijn naar Griekenland
(Linda;  "oooooh, now I remember, very well, good sailing to Greece then").


We varen de nauwe havenhoofd uit tussen de rotsen en komen op een gladde zee. Er staat hier niet veel wind en we varen in de luwte.
Terwijl de noordkant van Guernsey aan ons voorbij glijdt denken we aan de mooie dag van gisteren.
Toen was de lucht strakblauw, vandaag is het zwaar bewolkt en af en toe wat motregen. Maar de wind is vandaag top voor wat wij van plan zijn en dat is heel fijn.

Na een uurtje varen stelt Marttje (bij wijze van grap) voor om te gaan borrelen. Het gaat heel rustig en kalm en er is tijd voor vertier. Jaaaa! Laurens Hendrik wil dat wel, en de anderen ook, en even later zitten we aan chiabatta met houmous, heks'n kaas en chips.

Maaike Grytsje stelt de filosofische vraag hoe hard de wind zou moeten zijn om een rechtop gehouden stuk chips te laten breken. Edwin schat windkracht 7. Dan wordt er verder gespeculeerd over de
invloed van weer op zoutjes en doen wij een dringend beroep op de chips fabrikanten van deze wereld om stormbestendige zoutjes te ontwikkelen.

Eventueel met een TRIZ sessie geleid door Edwin (zie https://troyka-innovation.com ).
Zelf denken we dat staafjes met een driehoekige doorsnede de beste kans maken, maar dat dient door toegepast onderzoek te worden bepaald. Werkt u aan een universiteit en hebt u een nieuw uitdagend research onderwerp nodig, neem dan contact op met Sjouke Lute (hij heeft een lijstje met boeiende vragen, waarover in een andere blog wellicht meer).

Af en toe vliegen er Jan van Genten langs.


Rond 14:00 zien we een grote zwerm papagaai duikers. Er zijn er naar schatting ongeveer 60 en ze zwemmen op het water. 
Als we in de buurt komen vliegen ze op tegen de wind in en strijken een paar honderd meter verder weer neer. Helaas voor de papagaaiduikers, en gelukkig voor ons, is dit precies langs onze zeilroute, en dus komen we ze weer tegen. Ze vliegen weer op.
Dit gaat zo vier keer achterelkaar, tot ze hebben begrepen dat het slimmer is de andere kant op te vliegen.
Daarna zien we urenlang geen papagaai duikers meer.

 

De etappe van vandaag heeft een lang stuk over open zee waar
de wind constant is (12 - 16 knopen) uit een vaste hoek, er een bewolkte lucht is,
en we welgeteld een schip zien (een zeiljacht dat de andere kant opvaart). Er gebeurt weinig, de automatische piloot stuurt de boot, de computer geeft de positie op de kaart, er is weinig te doen.
Dus doen de kinderen en Marttje een dutje, lezen een boek of een Donald Duck (ook een zeeman), of maken huiswerk.

Land in zicht! roept Maaike Grytsje als ze met de verrekijker naar voren tuurt. Inderdaad, we zien de Franse kust, na uren lang gezeild te hebben met alleen de zee en vogels om ons heen.
Maaike Grytsje maakt wat spaghetti klaar en zoekt met fantasie hoe ze de er smaak aan maken kan en 15 minuten later eten we op het achterdek.

Een paar maanden geleden heeft Edwin bij de routeplanning bedacht om langs Les Sept Iles (de zeven eilanden) te varen. Dit zijn een paar rotsen waar vogelkolonies zijn. Voor mensen zijn ze verboden gebied en de zeekaart geeft precies aan waar we niet mogen komen. Als we in de buurt komen zien we dat een eiland een grote bult van ca 400 meter breed en 100 meter hoog een vreemde kleur heeft, bruin met witte spikkels. Dichterbij gekomen zien we door de verrekijker dat er witte vogels boven vliegen. Ook zien we steeds zwermen Jan van Genten naar het eiland toe vliegen (soms alleen, soms in groepen van 15 stuks). We concluderen dat dit een Jan van Genten kolonie moet zijn.


De lucht is veranderd van egaal grijs naar wolkenvelden met opklaringen en lokale buien.
En dan plotseling gebeurt het, we zien rugvinnen boven het water verschijnen. Eerst geloven we het niet, maar als er één een sprong van een meter boven het water maakt weten we het zeker: dolfijnen!

Het is een groep van ongeveer 15, die in de avond zon de zee opzwemt en daarbij onze koers kruist. Een dolfijn zwemt naar ons toe, komt boven, kijkt Marttje een fractie van een seconde aan, en duikt dan onder onze boot door, komt aan de andere kant weer boven en maakt een sprong.

 

De groep zwemt verder naar open zee, een tweetal minuten kunnen we ze volgen dan zijn ze weg.
Opwinding alom aan dek:
"Heb je dat gezien?" 
"Zag je hem springen?"
"Hij keek me aan!"
"Ik kon hem bijna aanraken"
Na een paar minuten wordt de opwinding aan boord kalmer en kijken we weer naar de eilanden. De automatische piloot heeft ons dichtbij de ondieptes gebracht, dus snel een koerswijziging.
We kunnen nog steeds zeilen met ongeveer 7.5 knopen vaart over de grond, hoewel het al 20:30 is.
Vaak gaat de wind 's avonds liggen, maar vandaag niet, want er is een depressie op komst en morgen wordt er harde wind voorspeld.
De enige goede haven die op elk moment is aan te lopen en te verlaten en goede beschutting biedt tegen wind en golven in dit gebied is Roscoff. Daar moeten we dus heen.
 
De kinderen gaan naar bed, Edwin en Marttje zeilen de boot verder. We lopen nog steeds 7 knopen lekker met de stroom mee.
Plotseling zien we weer dolfijnen, een stuk of vijf. Deze keer zwemmen ze met onze boot mee. Vier minuten lang volgen ze onze boot. De rugvinnen komen boven water ter hoogte van het breedste stuk van de boot, op slechts een halve meter afstand van onze romp, je zou ze kunnen aanraken als je snel genoeg bent.
Het lukt ons een filmpje te maken. Ze zijn bruin, met een zwarte tekening op de rugvin, en naar schatting 2 meter lang.


Sjouke Lute ligt in zijn hut en beweert later dat hij dolfijnen geluiden heeft gehoord (een piep, zoiets als piioeoeoeii).

En even plotseling als ze kwamen zijn ze ook weer weg.

 

De rest van de route is minder fijn. Het gaat miezeren, daarna gaat het regenen, gevolgd door plenzen.
We halen in de avondschemering de zeilen binnen en doen de laatste 10 mijl met de motor.
We maken met het laatste daglicht de boot klaar voor aanleggen, brengen alle landvasten naar de cockpit. De stootkussens worden aan beide kanten van het schip vastgemaakt, en op het gangboord gelegd.


De vuurturen van Ile de Batz net buiten Roscoff is ons baken dat we volgen tot vlak voor de haven.
De kinderen zijn nog allemaal wakker en helpen in de haven met de aanleg manoeuvre.

 

De haven van Roscoff (de enige goede haven tussen Brest en Saint Malo, een stuk van 100 mijl) is overvol.
Alle passanten hebben deze haven opgezocht om voor de voorspelde stormachtige
 wind van morgen te kunnen schuilen. Er is nergens een vrije box, en geen vrije kade. Edwin vaart in het pikkedonker langs een paar vaarwegen, maar er is geen plek.

Uiteindelijk leggen we met 80 mijl op ons log om 23:30 aan naast een klassiek houten visserschip in de kleuren mint groen en turkoois. Dit schip is solide gebouwd, ligt goed tegen de kade en veilig voor de storm van morgen en we kunnen zelf landvasten voor en achter dit schip uitbrengen.
Terwijl we bezig zijn met aanleggen komt het hoofd van de schipper boven het dek, het blijkt een Fransman, Eric, die het goedvindt dat we langzij komen, mits we hem twee stootwillen lenen voor extra bescherming van zijn schip tegen de kade.

 

Een kwartiertje later ligt het schip stormvast gemeerd, zijn alle natte spullen uitgedaan en gaan we te kooi.
Laurens Hendrik blijkt om 0:20 nog steeds Donald Duckjes te lezen in zijn  hut, heel gezellig met zijn gekleurde lampjes om zijn nek.
Zeer vertederend, maar vanuit ouderlijk perspectief kunnen we dit niet toestaan dus, lampen uit en pitten!
Morgen is er weer een nieuwe dag.

Edwin.


Reactie plaatsen

Reacties

E
2 jaar geleden

Ik heb Paul voorgelezen en wij vonden het heel boeiend en spannend geschreven. Wij volgen jullie op de voet, alleen wat later. Liefs Ellie en Paul