Door de Toscaanse Archipel naar Elba

Gepubliceerd op 28 februari 2020 om 17:06

Eindelijk is daar dan de gunstige wind om naar Elba te varen. Een wind tussen Noordwest en Noordoost is voorspeld met matige kracht.

 

Om in Elba te komen moeten we 82 mijl varen. Gaan we voor een rechtstreekse overtocht, of met een tussenstop ergens tussen Pisa en Cecina?

 

Edwin was gisteravond nog een tijd aan het puzzelen met het weerbericht. Hoe vertaal je de verwachte ruimende en afnemende wind in een optimale koers. Ook ligt er nog een offshore gas installatie in de weg, waar we minimaal een paar mijl vandaan moeten blijven.  En dan is er de haven van Livorno met veel vrachtschepen en een grote ondiepte om rekening mee te houden. Door dat laatste is de route langs de kust verre van aantrekkelijk. We moeten dus verder de zee op, en daar zou best wat meer wind kunnen zitten waar we ons voordeel mee kunnen doen.

 

De wekker gaat om 05:30. Het is 28 februari. Het eerste wat er in mij opkomt is dat dit de verjaardag van mijn schoonvader, Sjouke Spoelstra zou zijn geweest. Altijd op de laatste dag van de maand was hij jarig, tenzij het een schrikkeljaar was zoals nu. Ik hoop dat hij vanuit de hemel vandaag een stukje met ons meezeilt.

 

We maken het schip klaar voor vertrek. Altijd dezelfde routine - koffie zetten - eten - laatste afval wegbrengen - boot controle rondje - dek in gereedheid brengen - en los! Als ik het laatste afval wegbreng is het nog donker, maar er is al wat licht aan de oostelijke horizon. Ook zie ik, precies op een lijn, een rood puntje, een heldere witte vlek, en een wit puntje. Een blik in de sterrengids 2020 leert mij dat dit, respectievelijk, Mars, Jupiter en Saturnus moeten zijn.

 

Een half uur later, als Laurens Hendrik ook wakker is laat ik het hem zien. Hij vind het prachtig. Je kunt deze planeten momenteel een paar uur voor zonsopkomst zien, en hebt dan geen last van maanlicht, omdat het maansikkeltje deze dagen nog heel klein is.

 

Rond 06:45 gaan de trossen los. De zon is nog niet op, maar het is al wel een stuk lichter geworden. We varen een bocht naar rechts en een stukje achteruit tot er meer ruimte is. Dan kan Edwin de boot in de vooruit zetten en varen we kalm de haven uit. Het is nog erg stil in de jachthaven, vanwege de bergen die de haven aan drie kanten luw houden.

Na twee minuten werpen we een laatste blik op het mega-plezierjacht Back Pearl, en varen dan naar de opening in de damwand die de industrie haven van de zee scheidt. 

 

Direct zien we twee grote schepen waar we voor moeten oppassen en mogelijk voor moeten uitwijken. Een coaster wil de haven uit, een groot cruiseschip wil de haven in.

De zwarte coaster is 400 meter van ons verwijderd en vaart iets sneller dan ons naar de havenmonding. Kennelijk hebben de havenautoriteiten bepaald dat dit vrachtschip voorrang heeft op het cruiseschip. 

 

We kiezen ervoor om de coaster op een kleine afstand te volgen, maar wel helemaal aan de rand van het bevaarbare water. Dat werkt prima, we kunnen bijna even snel varen, en zo kunnen we onder de dekking van deze coaster het cruiseschip uit de weg blijven en snel de zee op.

 

Als we door de havenuitvaart gaan zijn we plotseling in het volle licht - de zon is net opgekomen boven een heuvel en schijnt ons lekker in het gezicht. Dat is zeer welkom, want de nacht was koud. 

 

Aan onze stuurboordskant zien we nog de haven van Portovenere in het eerste zonlicht van de dag, het mooie middeleeuwse stadje waar we een nacht geslapen hebben.

Het blijkt dat vandaag de dag van de koers-kruisende vrachtschepen is. Aan het einde van de dag hebben we welgeteld 9 grote schepen op kruisende koersen gehad. Twee keer moesten we echt uitwijken om een spannende situatie te voorkomen. Vooral bij La Spezia, rond de haven invaart van Livorno en net ten noorden van Elba was het druk. Goed oppassen dus. We peilen de vrachtschepen steeds met onze verrekijker met kompasaanduiding - en deze methode werk steeds betrouwbaar. Door een mogelijke koerskruiser een paar keer te peilen, met steeds 5 minuten tijdsverschil, zie je of het schip voor of achter je langs zal gaan kruisen.

 

Als we eenmaal op zee zijn is er nog een flinke deining van de harde wind van de afgelopen 2 dagen, de periode is ongeveer 7 seconden en de golfhoogte ongeveer 2 meter. De wind uit het noordwesten is maar een knoop of 7 zodat we erg slingeren. Dat is erg oncomfortabel en dus zetten we snel een stukje van de genua en dan liggen we veel stabieler.

 

De handige coaster die voor ons de haven uitvoer blijkt nu een lastpost geworden te zijn. Het schip vaart bijna even snel en vrijwel dezelfde koers als wij. We liggen iets achter hem en aan loef. Inhalen willen we niet, en kunnen we ook niet, maar om er achterlangs te gaan moeten we flink afvallen wat bij de deining van dit moment niet leuk is. 

 

We halen daarom de vaart wat uit ons schip, zodat de coaster kan uitlopen, en dan vallen we af en gaan we er achterlangs. Nu varen we er achter en aan lij, denkend dat dit schip wel zal draaien naar Genua. Maar dat is niet het geval. Kennelijk zet het koers naar de noordkant van Corsica, en zo varen we ruim een uur langs vrijwel parallel koersen met ongeveer dezelfde snelheid.

 

Op deze nieuwe koers zetten we de genua eerst op 80% en wat later helemaal op 100% . Het schip begint lekker te lopen op een ruim-windse koers. Dan zetten we ook snel het grootzeil en dan kan de motor uit. We kunnen met een schijnbare wind van 120 graden over bakboord een lekkere lange slag maken. We varen 7 knopen. Om Elba bij daglicht te halen moeten we eigenlijk de hele dag een gemiddelde van 7.5 knopen halen.

De hamvraag is: waar gaan we vandaag gijpen? We moeten immers om het voor anker liggende LNG schip heen (op de kaart heet het schip FRSU Toscana). Edwin peilt de wind op 340 graden, en rekent wat met koersen over bakboord en stuurboord. De wind zal nog gaan ruimen. Na wat edel rekenwerk heeft hij het: nog 5 minuten over bakboord doorvaren en dan over de andere boeg. 

 

Dat bleek een gelukkige ingeving, want in precies deze vijf minuten zwemmen er twee dolfijnen naar ons toe, springen een keer het water uit en zwemmen twee minuten met ons mee. Dat waren onze eerste dolfijnen van het jaar 2020 (de dolfijnen in het Dolfinarium van Genua niet meegerekend - die konden we vanaf ons achterdek zien springen).

 

We doen de gijp, voorzichtigheidshalve als een stormrondje-door-de-wind, en worden dan echt op onze wenken bediend. Net op de nieuwe koers krijgen we de deining heel gunstig van achterop en neemt de wind toe tot 15 knopen (in vlagen 20). 

 

We zeilen nu met een snelheid van dik boven de acht knopen. We pieken zelfs even op 11.9 knopen, voor ons een nieuw record op de Middellandse Zee  (het oude all-sea-record stond op dik 12 knopen tussen Muxia en Muros op de Atlantische Oceaan, maar daar konden we enorme golven naar beneden af-surfen, hier hebben we met veel minder deining bijna dezelfde snelheid gehaald.   

 

De Bleu Magenta loopt als een trein met onze nieuwe zeilen. Heerlijk! Iedereen heeft het heerlijk naar de zin.

Zo varen we de Toscaanse archipel in. Op het vaste land zien we bergen met op de toppen een laag sneeuw. We zien dat er een gat in de bergen zit, en vinden op de kaart hier de monding van de rivier de Arno die door Firenze stroomt en bij Pisa in de zee stroomt.

De zon schijnt nog steeds heerlijk en het is aangenaam. Rond 12 uur is het uit met de pret - de wind ruimt verder naar noordoost en zakt terug naar 7 knopen. We passen de zeilstand aan en zetten de motor maar weer bij - Elba is nu binnen handbereik door de goede vordering van de afgelopen uren. 

 

Dan komen er uit Livorno twee schepen - een enorm grote veerpont (gaat naar Corsica, denken we) gaat ruim voor ons langs. 

 

Maar van de blauwe coaster Theseus kunnen we dat niet zeggen. Onze koersen lijken elkaar te kruisen. Als het schip nog een mijl van ons af is besluiten we 20 graden uit te wijken. Een paar seconden later wijkt ook de coaster een flink end uit, en wil nu achter ons langs varen.
Dat past ons veel beter, dus wijken we meteen ook weer uit, maar nu naar de andere kant, zodat de afstand tussen de twee schepen snel groter wordt.

De hele dag zien we weer de mysterieuze transparante ronde vliezen die verticaal op het water drijven. De dag van Imperia naar Genua zagen we ze ook overal, wat zou dat toch zijn?

 

Het wetenschappelijk bureau van de Bleu Magenta heeft gelukkig niet stilgezeten. De experimentele apparatuur aan boord is sinds gisteren uitgebreid met een flink schepnet. En dus gaan we proberen een paar van deze vliezen op te scheppen. Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Omdat we zeilen kunnen we nauwelijks van onze koers afwijken, en dus mag  een binnen te vissen object maar 1.5 meter van de boot  af zijn. Daar komt nog bij dat als je snel vaart, de tijd om te reageren kort is (vaak mis!) en als je langzaam vaart je lang moet wachten op de volgende kans. Bij de vijfde poging is het goed raak: drie stuks in een haal van het schepnet.

De hele crew dringt om de vangst heen (met uitzondering van een gezinslid dat heerlijk in dromenland vertoeft en van deze ontdekking niets afweet).

 

Het is duidelijk iets van dierlijke afkomst, met een afmeting van ongeveer 4 centimeter. Het drijflichaam is een zwart/blauw/grijs gekleurd, ovalen schotel met een lichte bolling. Dit doet ons denken aan mosselen van dezelfde kleur. Het rechtopstaande transparante halfronde plaatje blijkt een stevig vlies te zijn. Zou dit met de voortplanting van mosselen te maken hebben? We gaan het verder voor u uitzoeken. 

 

Inmiddels is het nog maar twintig mijl te gaan naar Elba en dus een mooi moment om deze blog te schrijven.

 

Als ik een half uur bezig ben komt Laurens Hendrik naar me toe en zegt - "Heit kom boven want ons zog veranderd". Ik ga kijken. Het blijkt dat de wind die vandaag al van Noordwest, via Noordoost, Zuidoost en Zuid is gedraaid nu in het Westen zit en weer toegenomen is tot 9 knopen. Het laatste stuk kunnen we weer vol tuig zeilen! Snel zetten we de genua bij en klokken 6 knopen. Niet slecht, maar graag willen we voor donker de haven inkomen en met Gerrit erbij halen we 8 knopen. 

 

Het is nu nog 14 mijl naar onze haven - Portoferraio, aan de noordkant van Elba. De zon gaat vandaag onder achter Corsica om 18:06. Van deze afstand lijken de vele bergen van meer dan 2000 meter hoog op een grote drakenrug.

We halen de zeilen in en maken de stootwillen klaar voor de haven. Dan is het nog een kwartier naar de vuurtoren van Portoferraio.. In het schemerdonker krijgen we nog een lekkernij om de goede zeiltocht van vandaag te vieren - een chocolade kikker van Sinterklaas. 

Dan varen we langs de vuurtoren en moeten dan 3 keer rechts om de haven binnen te varen. We zien een vestingstad met muren. Op de kade staan twee marineros klaar die we via de marifoon hebben opgeroepen. Vijf minuten later zijn ligt de boot prima vast aan de kade. Edwin loopt nog snel even naar het havenkantoor maar de formaliteiten mogen wachten tot morgenochtend. Ga maar lekker douchen is het advies van de havenmevrouw.

 

Dus gaan we in optocht, vijf man/vrouw sterk naar de douche gelegenheid. Hiervoor moeten we een paar minuten lopen, over de kade, door de stadspoort, dan over een plein een straatje in. Daar is een douche die tot 20:00 open is, hadden we gehoord. Blij zijn we dat we hier 19:40 aankomen, nog net tijd voor een heerlijke douche.

Helaas, pindakaas. De oude Italiaanse man die bij de ingang staat is zeer stellig - geen douche. Dat zegt hij in keurig Italiaans tegen ons, wat we maar half begrijpen. Ondanks pogingen om te wijzen op de openingstijd (tot 20:00) en een horloge (19:40) is hij onverbiddelijk. Uiteindelijk begrijpen we dat hij beweert dat het warme water op is. Iets met "gasolio" - wellicht werkt het warm water systeem op diesel.

 

Dan lopen we maar weer terug naar de boot en wassen ons daar met warm water. Na een heerlijk diner (soep + restje pasta) vallen we moe maar voldaan in slaap.

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.