De Man, het Schip en de Stad

Gepubliceerd op 17 september 2019 om 16:22

We liggen in Baiona, in Noordwest Spanje, niet ver van de Portugese grens.


Het belangrijkste wapenfeit in de historie van de stad Baiona was de aankomst van de Karveel de Pinta op
1 maart 1493 om te melden dat een nieuwe wereld was ontdekt.

 

Dit feit wordt nog jaarlijks feestelijk gevierd en dit jaar is het 526 jaar geleden.
Columbus noemen we hem in Nederland, in Spanje heet hij Cristobal Colon. Deze man had de euvele moed om voor te stellen de Atlantische Oceaan over te steken op zoek naar een snellere handelsroute naar de eilanden van de specerijen in Zuid Oost Azië.

De route rond Afrika naar het verre oosten was al heel lang bekend (al sinds de tijd dat de Arabieren met Dhows en Chinezen met Jonken de kusten bevoeren).
Maar de Atlantische oceaan oversteken, daar was nog niemand in geslaagd. Natuurlijk, er waren een paar eeuwen eerder een paar vikingschepen in IJsland, Groenland en Oost Canada geweest,
maar die hadden verzuimd echt werk te maken van de nieuwe gebieden. Bovendien was er op die noorderbreedte weinig anders te halen dan IJsberen, zeeleeuwen en vis, en dat was er genoeg in Scandinavië.


Columbus dus. Na lang ingepraat te hebben op de Spaanse koning Ferdinand, was deze bereid een schamele vloot van 3 schepen te financieren: de Santa Maria, de Pinta en de Nina. Drie verschillende schepen.

 

Een nieuw wingewest is nooit weg moet de Spaanse koning hebben gedacht, verbreiding van het katholicisme stond hoog op het verlanglijstje van de Spaanse Katholieke Kerk,
en Portugal dwars zitten met lucratief zeetransport was natuurlijk ook een goed argument voor deze expeditie.


Maar erg veel vertrouwen moet de Spaanse koning niet hebben gehad, de drie scheepjes waren naar huidige maatstaven erg klein te noemen.
De bemanningen, nog overtuigd van het idee dat de aarde plat is en er dus een rand zou moeten zijn waar je van de aarde af zou vallen (een mega-waterval), zal ook wel niet heel enthousiast geweest zijn.


Maar Colon was een man met visie, ambitie en doorzettingsvermogen.
Op 6 september 1492 zijn de schepen vertrokken uit Spanje en zetten koers naar het westen, met 24 man op de Nina, 26 man op de Pinta en 40 man op de Santa Maria. In de haven dachten de meeste toeschouwers waarschijnlijk dat ze deze mannen nooit weer terug zouden zien (aarde is immers plat), en het noodlot moet je niet tarten.
Maar de geschiedenis pakte anders uit, in de vroege ochtend van 12 oktober 1492 ziet de uitkijk in de mast iets wat land moet zijn - Land in zicht! De expeditie heeft een eiland ontdekt van wat tegenwoordig de Bahama's heet.


Latere tochten vinden zelfs een heel continent, Amerika, groter dan Europa, en met gigantische mogelijkheden.


Colon was al heel blij met de ontdekking van de Bahama's, want een aantal witte vlekken op de kaart van de Atlantische oceaan konden nu voorzichtig ingekleurd worden.
Toch besefte Colon niet wat hij had gevonden. Hij meende een nog niet bekend eiland van India te hebben gevonden, en noemde de inheemse bewoners daarom Indianen.
Het zou ook een onbekend stuk Japan of China geweest kunnen zijn (deze landen waren al wel bekend in Europa).


Na exploratie van het ontdekte gebied ging de expeditie terug naar Spanje. Aan boord waren de in Europa nog onbekende planten mais, tabak, katoen en zoete aardappel. Ook waren er papagaaien, leguanen en een aantal tropische vissen. Er werd  een aantal inheemse bewoners meegenomen - naar ik veronderstel zonder te vragen of ze wel mee wilden naar Spanje. De koning moest ze zien
Ook een noviteit was de hangmat, afgekeken van de inheemse bewoners, en van onschatbare waarde voor ontelbaar veel matrozen, want veel comfortabeler om in te slapen dan op een hard dek.
   
Tijdens een storm in februari 1493 raken de Pinta en de Nina elkaar kwijt (de Santa Maria was al eerder vergaan op de rotsen). De Pinta zeilt door en heeft de primeur.
Op 1 maart 1493 komt de Pinta aan in de haven van Baiona, veilig in Spaanse wateren. Ogenblikkelijk gaat er een ijlbode naar Madrid om het goede nieuws te melden.
De Nina komt een paar dagen later aan in Lissabon, Portugal.
Tegenwoordig ligt er een replica van de Pinta in de haven van Baiona. Voor 2 euro mag je het scheepje van naar schatting nog geen 30 meter betreden.
Het is een karaveel, met twee vierkant getuigde masten en een latijnzeil aan de achterste mast.
Tijdens de tocht bleek dat de Pinta het snelste schip van de drie was, en ook goed bestuurbaar.
Ik ben vanmiddag helemaal alleen als ik deze replica betreedt.
Was dit scheepje in staat om twee keer de Atlantische oceaan over te steken en zeewaardig genoeg om een storm bij de Azoren te doorstaan?
Dat vraag ik me af terwijl ik rondkijk. De stevens zijn hoog en zullen zeker bescherming tegen grote golven hebben gegeven.
Het hoofddek lijkt in staat overkomend water buiten het ruim te houden (door flinke spuigaten net boven het dek, een flinke dekronding en
opstaande randen bij de dekluiken). Een flinke golf die zeg 10 kubieke meter water achterlaat op het hoofddek zou in een minuut weggelopen moeten kunnen zijn.
Of het schip voldoende stabiliteit heeft om dergelijke hoeveelheden water te kunnen verdragen laat zich moeilijk schatten.
Van de glorie van weleer is nog een kasteel over in Baiona, een Fortaleza. Het domineert vanaf de zee het aangezicht van de stad en is nog in goede staat van onderhoud.
De baai waar vroeger de houten zeilschepen ankerden is er ook nog steeds. Het water in het beschutte deel is ongeveer 8 meter diep, en is ook nu nog ankerplaats voor veel schepen. Het zijn nu vooral polyester zeiljachten, en zowaar nog een vierkant getuigde tweemaster.
In de haven vooral snelle motorboten om een dag of een weekend mee te spelevaren.
Aan de passanten steiger, waar wij liggen, liggen twee dozijn zeiljachten van pakweg 10 tot 20 meter die allemaal naar het zuiden willen varen
(richting Porto en Lissabon).
 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.