Voor anker in Ria de Pontevedra

Gepubliceerd op 15 september 2019 om 20:18

Het is zaterdag  en de zon schijnt lekker. We starten de dag rustig op, doen bootschappen en vertrekken uit de haven van Sanxenxo voor misschien wel onze kortste etappe van de reis tot zover. Drie mijl oostelijker is een mooie baai waar we gaan ankeren. 

De anker manoeuvre gaat volgens een vast patroon. Edwin zoekt een plek en bepaald met getijdegegevens in hoeveel water we gaan ankeren, vandaag in 9 meter, dus 7 meter onder de kiel. Maaike Grytsje gaat aan het roer. Sjouke Lute zet de ankerlier aan en maakt op het voordek de neuringlijn klaar (een touw dat aan het anker vastzit zodat je het anker los kunt trekken als het vast in de bodem zit).

Laurens Hendrik zit klaar bij de laptop om de ankerwacht aan te zetten, in onze Stentec navigatie software kun je op een knop drukken wat de GPS positie onthoud waar het anker is gevallen (moet je wel precies op het juiste tijdstip doen).

Langzaam varen we vooruit  naar ondieper water, daarbij genoeg afstand houdend tot een steile rotswand in het westen en andere ankerende boten in de baai. Dan loopt de diepte terug, 8.5 m, 8.3, m. 8.0 m, ...

Langzaam stuurt Maaike Grytsje de Bleu Magenta in de wind en bereiken we onze plek met 7 meter onder de kiel. Bij een mooie zandbaai is 4 meter ook genoeg, maar vandaag nemen we extra marge, want er kan best ergens een dikke steen zitten. 

Edwin doet de veiligheidshandschoenen aan (ter bescherming mocht hij aan de ankerketting moeten sjorren) en loopt naar het voordek waar Sjouke Lute al staat te wachten. Vanaf nu verloopt de communicatie tussen voor en achterdek met handgebaren. Naar boven wijzen betekent langzaam vooruit, naar onderen is langzaam achteruit. Wijzen naar links is langzaam boegschroef naar bakboord en naar rechts naar stuurboord. Een snel bewogen hand horizontaal heen en weer (het bekende Haagse gebaar voor kappen met die handel) signaleert de wens van het voordek om de motor in de neutrale stand te zetten.

Op het voordek wordt de vergrendeling van het anker (een zware borgpen) weggehaald. Edwin staat helemaal voorop en kan met de neuringlijn wat aan het anker trekken als dat nodig zou moeten zijn. 

Ligt de boot goed in de wind en is alles ok? Dan volgt het handgebaar voor langzaam achteruit, Edwin drukt op de knop van de elektrische lier en langzaam zakt het anker. Als hij tenminste over het dode punt heen komt, anders even met de hand aan de neuringlijn trekken. We horen een plonsje en roepen (anker in het water, dan drukt Laurens Hendrik op de knop van de ankerwacht) en vieren we de ketting terwijl Maaike Grytsje zo langzaam mogelijk achteruit vaart, hierdoor blijft de boeg vrij van de ketting en kan de boot niet beschadigen. Sjouke Lute viert langzaam de neuringlijn en gooit als het touw te kort wordt de hele lijn (met gele ankerboei) overboord. Onze ankerboei staat ingesteld op 8 meter waterdiepte en ligt bij 7 meter diepte dus vrijwel recht boven het anker. De neuringlijn zelf is een oranje drijvende lijn en is daarmee ook goed zichtbaar en gemakkelijk weer met een pikhaak binnen te halen.

De ankerketting viert verder en we letten op de ketting kleur. Om de 10 meter hebben we een schakel rood geverfd zodat we weten hoeveel ketting we hebben gestoken (vuistregel is dat de ketting 4 tot 5 keer de lengte moet hebben van de afstand tussen boeg en bodem, in ons geval dus (7+1)*4 = 32 meter). Bij ongeveer 35 meter vinden we het meer dan genoeg en zetten we ankerlier stil. 

De boot vaart nog steeds langzaam achteruit, de afstand tot de ankerboei wordt groter en de ketting komt langzaam strak te staan. 

Dan loopt Edwin naar achteren en gaat de "krab-test" doen. Een anker wat niet goed houdt gaat "krabben" over de bodem. De manier om dit te testen is de motor van de boot steeds sneller achteruit te laten varen bij gespannen ankerketting en kijken of we nog bewegen. In het water is dat niet altijd goed te zien, maar de positie op de laptop geeft een helder beeld.

Laurens Hendrik roept "krabtest OK", we liggen goed voor anker. Dan gaat de dieselmotor uit, ruimt Sjouke Lute het voordek op, en hijst Laurens Hendrik de zwarte ankerbol in de mast (we hebben hier een speciaal hijs-lijntje voor gemaakt zodat dit snel gaat). Nu kunnen andere schepen zien dat we voor anker liggen.

 

Marttje heeft ondertussen iets lekkers in de keuken klaargemaakt wat we nu samen verorberen.

Na een kwartiertje kijken we weer op de ankerwacht van onze navigatie software en controleren of we iets van krabben zien. Maar nee, we doen alleen delen van een cirkelboog, perfect. Hier kunnen we vannacht rustig mee slapen.

De rest van de dag staat in het teken van huiswerk maken, lezen, luieren, hangmat uittesten, zonnebaden en zwemmen. Het water is best koud (dit is nog steeds de Atlantische oceaan).

Marttje bakt appeltaart, boterkoek en cake in onze boord-oven (zie de aparte blog over Appeltaart). 

Edwin maakt avondeten klaar: kip in marinade met paprika, ui en wokkel-pasta.

Veel andere boten vertrekken uit de baai, ze gaan terug naar een haven. We blijven uiteindelijk met een ander zeiljacht over, dat een meter of 50 verderop voor anker ligt. Ze zijn niet tevreden over het ankeren, want ze hijsen het anker 3 keer omhoog, laten het even vaak weer zakken, hijsen het grootzeil, laten dat weer zakken. 

Als het donker wordt zetten we ons witte toplicht aan, dan zijn we ook in de nacht zichtbaar.

De nacht verloopt heel rustig, toch gaat Edwin er nog twee keer af om te kijken of alles ok is. 

De zondag ochtend is idyllisch. Stil, mooie natuur, vrijwel glad water, mooi uitzicht en lekkere zon.

 

Na de middag lichten we het anker het gaan op de motor naar de volgende haven, Baiona. Het is vrijwel windstil. Na een uurtje zien we op ongeveer 300 meter een flinke windvlaag, daar zouden we kunnen zeilen, maar is de verkeerde kant op. De windvlaag wil maar niet dichterbij komen, dan maar verder op de motor.

Een kwartiertje later hebben we plotseling wel wind, snel zetten we de zeileen en varen een paar minuten met 5.5 knopen aan de wind. Heerlijk.

Even later valt de wind weer helemaal weg en valt onze snelheid tot minder dan een knoop.

Onderweg hebben we uitzicht op eilanden met hoge steile rotsen net voor de baai van Baiona. Dan varen we nog om de klippen voor de baai heen, in een grote boog, en varen dan de haven van Baiona in.

Hier zien we het kasteel van Baiona, de plek waar ooit de Pinta in 1493 kwam aanzeilen om in Spanje de ontdekking van Columbus te melden (hierover meter in een andere blog). Een historische plek dus, en zeer de moeite waard.

 

Edwin

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.