Guernsey (kanaaleilanden)

Gepubliceerd op 8 augustus 2019 om 08:56

Van Cherbourg willen we naar de Kanaaleilanden die in de baai van Saint Malo liggen. Maar we kunnen niet weg voor we onze rubberboot aan boord hebben (lang verhaal, een blog op zichzelf). Dinsdag krijgen we de boot per koerier en woensdag ochtend in alle vroegte vertrekken we uit de jachthaven Port Chantereyne en verlaten het havencomplex van Cherbourg. 

Net onderweg merkt Edwin dat de positie van onze boot niet wordt weergegeven in de navigatie software van Stentec,  dus alle instrumenten even uit en direct weer aan (in Noorwegen noemen ze dit de "Zweedse methode van probleem oplossen"). Maar als je de instrumenten uitzet valt ook de automatische piloot uit en de boot maakt een scherpe draai, binnen 2 tellen zit Edwin weer achter het roer en corrigeert snel de koers (ruim voordat de haven pieren iets akeligs met onze romp kunnen doen).

We varen onder motor en hebben al snel met 2 knopen stroming mee in de richting van Cap de la Haye, een van de meest beruchte kapen in Europe, vanwege de enorm sterke getijde stroming die hier dagelijks  staat. In combinatie met wind tegen stroom van vandaag kunnen hier grote brekers staan (zoiets als branding midden op zee).

Door al het wachten op de rubberboot komen we nu ongeveer met doodtij langs (5 dagen eerder waren we hier met ongeveer springtij langs gekomen en was het nog veel heftiger geweest). Zo heeft wachten op een rubberboot toch nog zijn voordelen.

 

De ochtendschemering breekt aan en regelmatig vliegen Jan van Genten langs, soms alleen, soms in groepjes van 4. Het is erg rustig op het water, in twee uur tijd zien we een varende boot.

 

Rond 6:45 komt de zon op. Dan zijn we al 2 uur en 20 minuten onderweg. De laatste wolkenflarden waaien weg en een mooie dag breekt aan, langzaam wordt de lucht strak blauw. 

De deining wordt steeds sterker naarmate we in de buurt komen van Cap de la Haye, hier staat 20 knopen wind ( een forse windkracht 5). Maar de timing van de navigator was perfect en we hebben flink de stroming mee, op een gegeven moment zelfs 7.6 knopen mee (!). Dat bekort de overtocht enorm. 

Alderney komt in zicht, maar dit eiland laten we liggen. We gaan door naar Guernsey (zie de fotoreportage).

Er zijn een aantal routes naar Guernsey. Geen een van alle zijn ze aantrekkelijk. De  race of Alderney , wordt afgeraden in de Reeds Nautical almanak wegens sterke stroming en brekende zee, hier kan bij springtij 9.5 knopen stroom staan). De "Swinge" wordt ook afgeraden, je zou misschien denken dat je een leuke dans met je boot hier kunt doen, maar een blik met de verrekijker laat grote witte kammen zien, niet doen dus. Dan door naar de Ortac Channel, hier is het water al veel breder en dieper, kan het hier dan? De verrekijker ziet weer grote brekende golven. Dan blijft er maar een ding over, helemaal buitenom de rotspartijen ten NW van Alderney gaan we varen. Hier staat wel een grote deining, maar de golven breken niet en dat scheelt zoveel. 

 

Inmiddels zijn de kinderen ook wakker en zijn in verschillende gradaties van het begrip "aangekleed" aan dek. Minimum is zeilkleren + reddingsvest + lifeline. Maximum variant is gewassen, aangekleed, leuke snit in het haar en okselfris. Maaike Grytsje gaat voor de maximum variant, Laurens Hendrik neigt naar de minimumversie (waarbij aangetekend moet worden dat een pyamabroek ook best onder een zeilbroek kan).

Het weer is inmiddels stralend zonnig, de wind neemt af, de golven worden lager en Guernsey komt in zicht, samen met de naburige eilanden Herm en Sark. In de verte kunnen we de contouren van Jersey ontwaren.

Dan het laatste stuk van de naviagtie is weer lastig vanwege de vele klippen die her en der rond Guersney liggen. Goed op de electronische kaart kijken en nauwkeurig navigeren. Edwin kijkt op de kaart en geeft in een minuut ongeveer 15 wijzigingen door aan Sjouke Lute: +3 graden, min 1 graad, min 1 graad, plus 1 graad, ….

Dan zien we de rotsen die de haven ingang van Beucette Marina markeren, aan de noord oost kant van Guernsey. Wil en Jan uit Vlissingen, dank voor deze tip, het is een prachtige haven!

We roepen de havenmeester van Beaucette Marina op met de marifoon via kanaal 80 en vragen of we al naar binnen kunnen. Deze haven heeft net als alle andere in de verre omtrek te kampen met een groot verschil tussen eb en vloed (vandaag is het verschil 6.4 meter). Om te voorkomen dat een haven bij eb helemaal droog staat wordt er een "sil" in de haven invaart aangebracht. Dit is een betonnen drempel waar je maar een paar uur lang per dag overheen kunt varen. Voor deze haven is dat van 3 uur voor hoogwater tot 3 uur na hoogwater. 

Na overleg met havenmeester Linda besluiten we een half uur te wachten, we leggen aan door af te meren aan een van de vele aanmeerboeien die even buiten  de haveningang in voldoende diep water zijn aangebracht. Sjouke Lute pikt de boei op met een pikhaak en Marttje brengt een landvast aan door een ring in de boei. Dan dobberen we in de luwte van het eiland, zonder golven in de felle zon en wordt het lekker aangenaam warm op het achterdek. De koffiepot komt op tafel en we genieten.

 

Dan varen er een aantal jachten de haven uit en Edwin vraagt aan de eerste schipper hoeveel water er boven de drempel staat: 2.5 meter! Dat is genoeg voor ons dus we vragen aan de havenmeester of we nu naar binnen mogen. Ook willen we graag diesel tanken (erg goedkoop op de Kanaaleilanden). Dan moeten we nog even wachten, want een aantal schepen wil nog tanken en dan de haven verlaten. Omdat de haven erg klein is, en de haveninvaart zeer klein, vaart er steeds maar een schip tegelijk onder regie van Linda.

 

Dan komt er een klein speedbootje naar buiten met aan boord een haven medewerker die recht op ons afvaart. Op zijn boot staat in grote letters "Follow me". Hij gebaart ons dat we hem moeten volgen de haven  in. Dit is een dory, een loodsbootje. 

 

Bij de haven invaart tussen twee steile rotsen hebben we links en rechts minder dan 2 meter speling  en onder de kiel ongeveer 70 centimeter water. 

Even later is de dieseltank weer helemaal vol, en liggen we idyllisch aan een steiger met uitzicht op hoge zwarte rotsen, strak blauwe lucht en kristalhelder water waar je op twee meter diep de vissen nog kunt zien zwemmen. Ook is er een moeder eend met een enkele  einepyk die, zo te zien net uit het ei, de eerste zwemlessen krijgt.

Edwin meldt zich met paspoorten en bootpapieren bij de havenmeester voor de Douane formaliteiten. De Kanaaleilanden horen niet bij de EU, dus we verlaten het Schengen gebied. Officieel mag je geen voet aan land zetten voor je het formulier hebt ingevuld, maar omdat dat zo lastig lopen naar de havenmeester is, staat de douane dit oogluikend toe. Een paar minuten later zijn alle paspoortnummers ingevuld, is de handtekening  gezet en zijn de autoriteiten ingelicht (formulier zit in de gele brievenbus) en mogen we legaal van de boot af. 

Omdat het prachtig weer is besluiten we met rugzak, zwemkleding en wat proviant een wandeltocht te maken. Ver hoeven we niet te lopen, na 5 minuten komen we bij een baai met adembenemend uitzicht over Herm, Sark en kleine rotsen vol met zeevogels. Sjouke Lute rent vooruit en beklimt een rots, slaakt een ijselijke kreet, en komt dan terug met twee schoenzolen in de hand. De oude wandelschoenen van wijlen pake Sjouke die hij aan de voeten had hebben het begeven, en wel tegelijk en radicaal. Zonder zolen is het lastig lopen, wat nu?

Sjouke Lute krijgt de schoenen van Edwin aan, loopt terug naar de boot voor andere schoenen en extra zwemkleding, en komt even later weer terug.

Na een zwempartij in water wat door de Constable is ontraden wegens sterk getij gaan we zeer voorzichtig tot de middel in het water, op een mooie zandbodem. Op deze plek zijn een aantal dames uit Guernsey vandaag aan het baden. Hier kan het, in de stille kant vlak bij de rotsen.

Marttje vraagt bij dezelfde dames nog wat inlichtingen omtrent openbaar vervoer in Guernsey en een uurtje later hebben we het benodigde contante geld gepind (Guernsey pounds, met foto van koningin Elizabeth) en zitten we in lijnbus 92 die het hele eiland rondrijd.

Bijzonder mooi eiland. Jammer dat de neolitische bebouwing van 5000 jaar geleden zo laag is (Edwin: au!).

Veel baaien, met zandstranden, vele rotsen voor het mooie uitzicht, glooiende heuvels met meest lichtgele bebouwing, waaronder echte paleizen. Palmbomen langs de kades van Saint Peter Port. Drooggevallen havens met de bodem bezaaid met kleine motorbootjes.

Zie verder de foto reportage van deze dag.

 

Edwin


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.